Dutch-English: Shopping
Shopping
- Hoeveel kost dit?How much does this cost?
- Kan ik met de kaart betalen?Can I pay by card?
- Dat is te duur.That's too expensive.
- Ik kijk alleen even, dank u.I'm just looking, thanks.
- Hebt u een kleinere maat?Do you have a smaller size?
- Waar is de kassa?Where is the checkout?
- Ik heb een bonnetje nodig.I need a receipt.
- Neemt u contant geld aan?Do you take cash?
- Mag ik dit passen?Can I try this on?
- Is dit in de aanbieding?Is this on sale?
- Hebt u dit in het blauw?Do you have this in blue?
- Ik wil dit graag retourneren.I'd like to return this.
- Kan ik mijn geld terugkrijgen?Can I get a refund?
- Waar zijn de paskamers?Where are the fitting rooms?
- Hebt u dit op voorraad?Do you have this in stock?
- Hoeveel kost dit?How much is this?
- Ik zoek een cadeautje.I'm looking for a gift.
- Bezorgt u ook?Do you deliver?
- Hoe laat sluit u?What time do you close?
- Is er korting?Is there a discount?
- Kan ik dit ruilen?Can I exchange this?
- Ik neem het.I'll take it.
- Ik kijk alleen even, bedankt.Just browsing, thanks.
- Waar zijn de winkelwagentjes?Where are the carts?
- Hebt u een tasje?Do you have a bag?
- Kan ik korting krijgen?Can I get a discount?
- Dit is kapot.This is broken.
- Ik heb een andere maat nodig.I need a different size.
- Dank u, tot ziens.Thank you, goodbye.