French-Dutch: Work and office
Work and office
- J'ai une réunionIk heb een vergadering
- Où est le bureau ?Waar is het kantoor?
- Je suis occupéIk ben bezig
- Veuillez patienter un instantEen moment alstublieft
- Merci pour votre aideBedankt voor uw hulp
- À quelle heure est la réunion ?Hoe laat is de vergadering?
- Je vais envoyer un e-mailIk stuur een e-mail
- Vous avez une minute ?Hebt u even?
- Commençons la réunionLaten we de vergadering beginnen
- J'ai besoin d'une pauseIk heb een pauze nodig
- Où est l'imprimante ?Waar is de printer?
- On peut se parler plus tard ?Kunnen we later praten?
- Je suis d'accordIk ben het ermee eens
- Pouvez-vous répéter, s'il vous plaît ?Kunt u dat herhalen?
- Quelle est la date limite ?Wat is de deadline?
- Je travaille de chez moiIk werk thuis
- Désolé, je suis en retardSorry, ik ben laat
- Je peux poser une question ?Mag ik een vraag stellen?
- Faisons une pauseLaten we een pauze nemen