Chinese-Dutch: Pets and animals
Pets and animals
- 我有一只狗。Ik heb een hond.
- 你有宠物吗?Heb je huisdieren?
- 多可爱的猫啊!Wat een schattige kat!
- 我的狗很友好。Mijn hond is lief.
- 猫在睡觉。De kat slaapt.
- 我喜欢动物。Ik hou van dieren.
- 别害怕。Wees niet bang.
- 我可以摸摸你的狗吗?Mag ik je hond aaien?
- 他不咬人。Hij bijt niet.
- 她很温柔。Ze is heel zachtaardig.
- 我们有一只小狗。We hebben een puppy.
- 鸟在唱歌。De vogel zingt.
- 看那只狗!Kijk die hond eens!
- 我的猫不见了。Mijn kat is vermist.
- 喂鱼。Voer de vissen.
- 遛狗。Laat de hond uit.
- 清理猫砂盆。Maak de kattenbak schoon.
- 兽医关门了。De dierenarts is gesloten.
- 它是男孩还是女孩?Is het een jongen of een meisje?
- 它叫什么名字?Hoe heet hij?
- 它是一只流浪猫。Het is een zwerfkat.
- 领养宠物。Adopteer een huisdier.
- 动物需要水。Dieren hebben water nodig.
- 狗在叫。De hond blaft.
- 我的宠物病了。Mijn huisdier is ziek.