Spanish-Dutch: Beach and vacation
Beach and vacation
- ¿Dónde está la playa?Waar is het strand?
- ¿Cómo llego a la playa?Hoe kom ik bij het strand?
- ¿Puedo nadar aquí?Kan ik hier zwemmen?
- ¿Es seguro nadar?Is het veilig om te zwemmen?
- El agua está fría.Het water is koud.
- El agua está templada.Het water is warm.
- Necesito una toalla.Ik heb een handdoek nodig.
- ¿Dónde puedo alquilar una silla?Waar kan ik een stoel huren?
- ¿Cuánto cuesta por día?Hoeveel kost het per dag?
- ¿Tiene protector solar?Hebt u zonnebrandcrème?
- Me quemé con el sol.Ik ben verbrand door de zon.
- ¿Dónde está el baño?Waar is het toilet?
- ¿Hay una ducha aquí?Is er hier een douche?
- ¿Puedo estacionar aquí?Kan ik hier parkeren?
- ¿A qué hora cierra?Hoe laat gaat het dicht?
- Quiero ir a nadar.Ik wil gaan zwemmen.
- Vamos a la playa.Laten we naar het strand gaan.
- La playa está llena de gente.Het strand is druk.
- Es un día hermoso.Het is een prachtige dag.
- Estoy de vacaciones.Ik ben op vakantie.
- ¿Dónde puedo conseguir algo de tomar?Waar kan ik iets drinken?
- ¿Puede sacarme una foto?Kunt u een foto maken?
- Nos vemos en la playa.Tot ziens op het strand.